Lidmaatschap

Waarom is uw lidmaatschap noodzakelijk?
De positie van de kerkmusicus, speciaal in de zich vernieuwende kerk, heeft de bijzondere aandacht van de vereniging. Wil de KDOV de belangen van kerkmuziek en kerkmusicus kunnen behartigen, dan moet zij zich gesteund weten door een zo groot mogelijk ledental.

Voorwaarden voor het lidmaatschap
Kandidaatleden dienen te beschikken, hetzij over de vereiste vakdiploma’s, hetzij over voldoende vakbekwaamheid in muzikaal en liturgisch opzicht, te beoordelen naar de normen van de KDOV. Men kan zich opgeven door contact op te nemen met de secretaris.

Zie onderstaand een overzicht van de voorwaarden.

Jaarcontributie 2024

  • Gewoon lidmaatschap
  • Studentlidmaatschap
  • 65 plus lidmaatschap
  • Bijzonder 65 plus lidmaatschap (reeds in 2004 lid én 65 plus)
  • € 49,=
  • € 25,=
  • € 35,=
  • € 23,=

Jaarlijks wordt de contributie verhoogd volgens de indexering gemengde index, zoals hierna genoemd, die ook van toepassing is voor de salarissen van kerkmusici. 
De salarisbedragen worden jaarlijks door de Economen van de Bisdommen per 1 januari geïndexeerd volgens de “gemengde index” welke het gemiddelde is van:

  • De Totaal Consumentenprijsindex, werknemersgezinnen met een laag inkomen
  • Het indexcijfer van de CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere beloningen particulier bedrijf.

De bedragen worden afgerond op € 0,05.

De voorwaarden

Van de KDOV kunnen alle kerkmusici met een Bevoegdheid Kerkmusicus I, II of III lid worden.
Zonder bovengenoemde bevoegdheidsverklaring kunnen ook lid worden allen die in het bezit zijn van:

  • het diploma Kerkmuziek afgegeven door de Stichting Nederlands Instituut voor Kerkmuziek, hoofdvak(ken) koordirectie en/of orgel;
  • of het diploma Uitvoerend Musicus Koordirectie van een Nederlands conservatorium of daarmee gelijk te stellen instelling.
  • of een diploma Uitvoerend Musicus Orgel van een Nederlands conservatorium of daarmee gelijk te stellen instelling.
  • of een bevoegdheidsverklaring, afgegeven door de Commissie Bevoegheidsverklaringen na een door de kandidaat afgelegd examen, afgestemd op de onderstaand in artikel 2.1 sub c bedoelde normen welke afkomstig zijn uit het document ‘Interdiocesane Regeling voor de Kerkmuziek‘.
  • beschikken over voldoende vakbekwaamheid in muzikaal en liturgisch opzicht, te beoordelen naar de normen van de KDOV. Men kan zich opgeven door contact op te nemen met de voorzitter.
  • 2.1 – Er is een commissie bevoegdheidsverklaringen voor de kerkmuziek die tot taak heeft:
    • a. het afgeven van bevoegdheidsverklaringen zoals bedoeld in de artikelen 4.3, 5.3 en 6.3;
    • b. het afgeven van bevoegdheidsverklaringen voor niveau I en II aan hen
      • die in het bezit zijn van de voor niveau I resp. II gevraagde diploma’s, maar die in hun situatie behoefte hebben aan een dergelijke verklaring ter overlegging aan hun werkgever;
      • niet of ten dele in het bezit zijn van de voor niveau I resp. II gevraagde diploma’s, maar die wel het daarmee overeenkomende niveau bezitten en van wie op grond van bijzondere omstandigheden niet mag worden geëist dat zij alsnog de betreffende diploma’s trachten te verwerven;
    • c. het opstellen van normen, waaraan de kerkmusicus dient te voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor de onder a. genoemde bevoegdheidsverklaring en van een examenreglement, een en ander in overleg met de organisaties van kerkmusici, waarvan vertegenwoordigers in de commissie zitting hebben en in artikel 2.2 genoemd zijn;
    • d. het in overleg met de organisaties van kerkmusici, waarvan vertegenwoordigers in de commissie zitting hebben en in artikel 2.2 genoemd zijn, wijzigen van de normen als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, indien de opleidingen tot kerkmusicus daartoe aanleiding geven;
    • e. het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de Bisschop in zaken die de voorafgaande punten a. t/m d. betreffen.
  • 2.2 – De Commissie bestaat uit tenminste 3 en ten hoogste 5 leden, die door de Bisschoppenconferentie worden benoemd, op voordracht van de representatief te achten organisaties van kerkmusici, te weten:
    • een lid, respectievelijk twee leden door de Nederlandse Sint Gregorius Vereniging (NSGV);
    • een lid, respectievelijk twee leden door de Katholieke Dirigenten- en Organisten Vereniging (KDOV);
    • een lid door de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging (KNTV).

      Deze voordracht zal worden toegezonden aan de Bisschoppelijke Commissie voor Liturgie, liturgische Muziek en kerkelijke Kunst, welke de voordracht, – vergezeld van haar advies – door zendt aan de Bisschoppenconferentie.

      De leden van de Commissie worden benoemd voor een periode van 3 jaar.

      Zij zijn terstond, doch niet meer dan tweemaal herbenoembaar.

  • 2.3    Wanneer de Commissie een verzoek tot afgifte van een bevoegdheidsverklaring afwijst, stelt zij de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis onder vermelding van de redenen voor de afwijzing.

De Commissie stelt de verzoeker daarbij in de gelegenheid binnen twee maanden bezwaren in te dienen bij een ad hoc in te stellen commissie van beroep bestaande uit drie kerkmusici, waarvan één door de klager en één door de Commissie wordt aangewezen, die tezamen een derde lid kiezen. Deze drie personen mogen geen lid zijn van de Commissie Bevoegdheidsverklaringen voor de kerkmuziek.

Scroll naar boven